Wat een mooi en belangrijk thema dat je aansnijdt: Gods landbelofte aan Abraham, Izak en Jacob. Mag het Joodse volk anno 2025 met een beroep op de Bijbel het land voor zich opeisen? Ook als dat ten koste van het internationaal recht gaat? Dat God land aan Abraham, Izak en Jacob beloofde, is zeker. Hij deed dat nog wel in het genadeverbond. Dat betekent dat de aartsvaders en hun nageslacht het om niet ontvingen. Zonder er zelf iets voor te hoeven doen. Als Abraham in Kanaän neerstrijkt, zegt de Heere: „Aan uw zaad zal Ik dit land geven” (Gen. 12:7; Gen. 13:17; Gen. 15:18). Tegen Izak zegt Hij: „Aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven” (Gen. 26:3). En aan Jacob belooft God: „Dit land, waarop u ligt te slapen, zal Ik u geven en uw zaad” (Gen. 28:13). God herhaalt deze verbondsbelofte duizend jaar later met David. Hij zegt David een Zoon toe Die voor eeuwig op zijn troon mag plaatsnemen: Christus Jezus. Hij zal als Joodse Koning regeren over het Joodse volk in het Joodse land (2 Sam. 7:12-16). Is dat ook niet wat Gabriël duizend jaar later tegen Maria zegt bij de aankondiging van de geboorte van Jezus? „God zal Hem de troon van Zijn vader David geven. Hij zal over het Huis van Jacob Koning zijn in der eeuwigheid” (Luk. 1:33). Veel theologen denken dat de landbelofte met de komst van Christus is veranderd. Het zou nu niet meer gaan om het land dat God Abraham, Izak en Jacob beloofde, maar heel de wereld zou nu in het gezichtsveld zijn gekomen. Christus zal straks op de vernieuwde aarde, overspand door een vernieuwde hemel, bij Zijn volk wonen. In heerlijkheid. Dan zal er geen onderscheid meer tussen de volkeren zijn. Zelf geloof ik dat de Bijbel het toch iets anders zegt. Christus zal als Koning der koningen over heel de wereld regeren. „Van zee tot zee” (Zach. 9:10). Maar het algemene sluit het bijzondere niet uit. Christus zal óók als Koning der Joden regeren over het Joodse volk in het Joodse land. God zál aan Israël het Koninkrijk oprichten (Hand. 1:6; Hand. 3:21). God zál „geheel Israël” zalig maken (Rom. 11:25-26). Tot zegen van alle volkeren (Rom. 11:15). De landbelofte is daarom niet opgeheven. Die geldt ook nu. En wat zo opmerkelijk is: de afgelopen decennia hebben duizenden Joden zich in Israël gevestigd. Zij bouwen er huizen en planten er wijngaarden. Bij het Beloofde Land hoort ongetwijfeld ook de regio die bekendstaat als de Westelijke Jordaanoever: Judea en Samaria, de gebieden die Israël in 1967 tijdens een verdedigingsoorlog op Jordanië veroverde. Juist daar, in deze regio, met plaatsen als Hebron, Bethel en Silo, hebben de aartsvaders geleefd. Mag Israël deze regio’s zichzelf toekennen? Op grond van de beloften? Daar kun je natuurlijk niet zonder meer ja op zeggen. Israël heeft te rekenen met het internationaal recht. Maar dát is nu juist zo bijzonder: op grond van het internationaal recht valt er veel voor te zeggen dat Judea en Samaria bij Israël horen. Goede juristen tonen dat keer op keer aan. Zelfs de vicevoorzitter van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag zegt het. Daarom is het goed dat Israël het Bijbelse hartland van het Joodse volk behoudt. Het komt de Joden toe. Dat geloven we van harte. Op grond van Gods beloften. Dat bepleiten we publiekelijk. Op grond van het internationaal recht. _Ds. B.L.P. Tramper, Waarder_